2013, een bewogen jaar

Geschreven op 1 januari 2014

Vandaag hebben we het nieuwe jaar ingeluid. Een jaar waar ik erg tegenop zie omdat het op dit moment niet goed met me gaat, en ik nu door de bomen het bos niet meer zie.

Ik kijk terug op een bewogen 2013. Een jaar waarin ik met mijn weblog de publiciteit heb opgezocht, in het Brabants Dagblad, Libelle en Mijn Geheim heb gestaan en mijn verhaal als ervaringsdeskundige heb verteld bij Café Einstein (een initiatief van MEE en het RIBW). Een jaar waarin ik mijn jubileum vierde dat ik al een jaar stabiel was. En ik heb het bijna twee jaar volgehouden. Maar door een samenloop van omstandigheden kreeg ik net voor de kerst zo’n terugval dat een opname noodzakelijk was.
In de situatie waarin ik nu zit, is het moeilijk om terug te kijken naar de momenten waarin het wel goed ging, maar die momenten waren 2013 zeker aanwezig. Bij mijn laatste behandelplanoverleg werd er zelfs gesproken over sluiting van mijn dossier bij de GGZ en dat ik mijn depot in de toekomst zou kunnen laten zetten door de huisarts. Ik had het met mijn verpleegkundige van het FACT team zelfs gehad over het worden van ervaringsdeskundige bij de GGZ binnen het FACT team. Ervaringsdeskundige worden is al jaren een droom van mij, maar nu is het voornaamste dat ik eerst stabiel word.
De meesten van jullie weten dat ik naast mijn autisme last heb van periodes dat ik psychotisch ben. Dat uit zich bij mij voornamelijk in het horen van stemmen. De stemmen zijn bijna 2 jaar weggeweest, maar ik ben van de zomer veranderd van medicatie en er deden zich een maand geleden zoveel ingrijpende gebeurtenissen voor dat de stemmen terug zijn gekomen helaas. Ik ben nu weer overgestapt op de medicatie waar het anderhalf jaar lang goed op is gegaan, dus ik hoop dat het ook nu er weer voor gaat zorgen dat de stemmen weggaan. Maar het kan nog minstens 3 weken gaan duren voordat ik minder klachten ga krijgen.
Voor mij is het lastig om ver vooruit te kijken. Ik kan dus niet zeggen wat 2014 mij gaat brengen. Ik durf niet ver in de toekomst te kijken maar ik hoop in ieder geval dat ik weer stabiel word. En als ik het durf om iets verder in de toekomst te kijken, dan hoop ik dat ik mijn droom om ervaringsdeskundige te worden kan waarmaken.

Luctor et Emergo

Geschreven op 18 december 2013

Ik leef, maar ik leef tegelijkertijd ook weer niet. Het is alsof de tijd hier langzamer gaat. Alsof de tijd hier binnen niet synchroon loopt met daar buiten. Een lange lege dag strekt zich voor mij uit. Een dag met weinig overzicht, zonder duidelijkheid en zonder dat ik weet waar ik aan toe ben. Allemaal dingen die funest zijn voor iemand met autisme zoals ik.

De keerzijde daarvan is dat ik me hier veilig voel. Dat ondanks dat ik weinig overzicht heb, de dag hier heel voorspelbaar verloopt. Ontbijt, lunch en avondeten, af en toe een activiteit tussendoor. Ik hoef hier niet te functioneren zoals ik thuis doe. Dat lukt me nu ook even niet.
Dat klinkt nu heel simpel maar zo simpel is het niet. Ik voel me daar heel schuldig over. Twee jaar lang is het goed gegaan en nu ben ik weer tegen de keiharde muur van mijn onvermogen aangelopen. Ik denk niet graag in beperkingen, maar liever in kracht. Helaas is mijn kracht momenteel ver te zoeken. Vooral als andere mensen je dan ook nog gaan benaderen vanuit je beperkingen.
Ik heb het gevoel dat ik gefaald heb. Dacht ik vorige week nog na over de vraag wat wij met kerst moeten eten, nu denk ik na of ik dit jaar überhaupt wel kerst kan vieren. Hulpverleners zijn ook heel dubbel in hun boodschappen. Aan de ene kant zeggen ze dat het goed is dat ik hier zit, aan de andere kant vinden ze het een zorgelijke situatie. Ik krijg dan het gevoel alsof ik in tweeën gespleten word.
Ik probeer van dag tot dag te leven, maar dat is heel moeilijk voor iemand die wil weten waar ze aan toe is. Helaas heb ik weinig keus op dit moment. We doen het er maar mee. Luctor et Emergo, oftewel, ik worstel en kom boven. Ik heb weinig te kiezen.

 

Zeventig plus

Geschreven op 19 november 2013

 

Openbaar vervoer… Ik vermijd het liever. Nu kan ik, sinds ik een indicatie heb voor de Regiotaxi, de keren dat ik met het openbaar vervoer moet op één hand tellen. Maar voordat ik die indicatie kreeg, was ik toch wel afhankelijk (of liever gezegd: overgeleverd aan de grillen) van het openbaar vervoer. Ik moest dan met de bus, aangezien er hier in de buurt geen treinstations zijn, en hoewel er daadwerkelijk vertrektijden op het busstaatje naast de bushalte staan, heb ik de bussen nooit kunnen betrappen op enige regelmaat in hun dienstregeling.

Ik zit in de bus standaard met dopjes in mijn oren, verbonden met mijn iPhone. Toch hoor ik daar dan nog jengelende kinderen overheen. Heel irritant, jengelende kinderen… Met name als de ouders daar dan niets van zeggen. Maar er is iets wat nog veel erger is dan huilende kinderen, namelijk oudere mensen. Die denken namelijk vaak dat de hele wereld van hen is.  Nou wil ik niets over één kam scheren of gaan veralgemeniseren, maar soms vallen er gewoon dingen op.  Als het druk is in de bus, verwachten ze dat je gelijk op staat voor hen. Nou ben ik de beroerdste niet, en sta ik vaak gewoon op als ik zie dat iemand slecht ter been is. Maar er is geen wet waarin staat dat ik moet opstaan en ik heb een hekel aan die priemende blik waarin zowat af te lezen staat: “Sta nu op, en snel een beetje!”  Dat ze vervolgens het hele gangpad blokkeren met hun rollator, zal hen een worst zijn natuurlijk.

Tegenwoordig reis ik dus veel met de Regiotaxi. En wat is nou de grootste doelgroep van de Regiotaxi? Juist! Oudere mensen… Nou ben ik echt tevreden met de taxi. Ze halen me thuis op en zetten mij op plek van bestemming af. Daar waarvoor het bedoeld is, dus mij hoor je over het algemeen niet klagen. Behalve die ene keer dan dat ik ruim anderhalf uur  gedaan heb over een afstand van 15 kilometer. Maar dat was dan met een taxichauffeur die zelf al een aantal jaar over de pensioengerechtigde leeftijd heen zat en het allemaal niet meer zo goed wist. Ik had zelfs een klein beetje medelijden met hem. Regiotaxi moet je delen met andere mensen en dat vind ik helemaal niet erg. Er zijn bepaalde tijden die je gewoon moet mijden, zoals ’s avonds net na het eten, dan gaan namelijk veel oudere mensen naar hun wekelijkse bingo- en kaartavondjes. Maar goed, het komt toch voor dat ik het wel eens tref. Op zich niet erg, maar er zijn wat irritatiepuntjes. Bijvoorbeeld dat ze, als de taxichauffeur heeft aangebeld, toch nog eerst even naar het toilet moeten, ineens hun sleutels kwijt zijn en de jas nog aan moeten doen op een tempo waar een slak nog jaloers op zou zijn. Terwijl ze vijf tot tien minuten voordat de taxi daadwerkelijk voor de deur staat, gebeld worden dat de taxi eraan komt. Oudere mensen zitten ook graag voorin, zo is het ook regelmatig voorgekomen dat er twee ouderen met elkaar ruzie aan het maken over wie het slechts ter been was en wie dus voorin mocht zitten. Kleine kinderen zijn er niets bij, echt waar!

In de winkel kom ik ze ook regelmatig tegen. Blokkeren de schappen met de rollator juist bij het schap waar ik moet zijn. Staan al hun kleingeld te tellen bij de kassa, en achter hen wordt de rij steeds groter. En dan beginnen ze ook nog eens een praatje met de caissière over de vriend van het nichtje van de buurman. Ik dacht de oplossing gevonden te hebben, namelijk de scankassa. Tegenwoordig kun je de producten zelf scannen en op het apparaatje aflezen wat je moet afrekenen. Dat apparaatje geef je dan aan de caissière, en dan kun je gelijk afrekenen. Ideaal! En je hoeft niet meer zolang te wachten. Tenminste, dat dacht ik… Er stond namelijk laatst een al wat ouder persoon voor mij die ineens 20.000 euro moest afrekenen. Helemaal in de rats natuurlijk. Bleek dat ze meerdere keren een pak koffie had gescand en daarbij ook nog verscheidende malen op het “plusje” gedrukt had. Ze had maar één pak koffie in haar mandje. Stiekem moest ik daar dan wel weer om lachen.

Ik wil nog even zeggen dat natuurlijk niet alle oudere mensen zijn zoals in mijn blog. Alleen kom uiteraard ik ze wel vaak tegen.  Toeval?

Discussie

Geschreven op 17 mei 2013

Afgelopen weekend gooide Jet Bussemaker de knuppel in het hoenderhok door te zeggen dat teveel vrouwen teren op hun man. Vrouwen zouden voor hun eigen inkomen moeten kunnen zorgen, want mocht de man ooit eens wegvallen…  Met name hoogopgeleide vrouwen zouden aan het werk moeten, in plaats van thuis voor hun kroost te zorgen, want ze hebben door hun opleiding de staat al een hoop geld gekost en dat moet terugverdiend worden.

Ik heb de discussie die hierdoor afgelopen week ontstond gevolgd met een zucht. Soms heb je namelijk geen keuze dan thuis te zijn en voor de kinderen te zorgen. Tien jaar geleden volgde ik nog een hoge opleiding, maar ik wist niet dat ik een aantal jaren later honderd procent zou worden afgekeurd, met terugwerkende kracht vanaf het moment dat ik met deze studie bezig was.  Als het GGZ systeem met al die hoogopgeleide mensen iets beter gewerkt gehad, en ik tien jaar eerder de diagnose Asperger had gekregen, had ik waarschijnlijk niet eens met deze studie begonnen en had dat de overheid een hoop geld gescheeld. Niet alleen de overheid, maar mijzelf ook. Want ik ben nu degene die met een torenhoge studieschuld zit.

Dus ik ben nu inderdaad thuis en zorg voor de kinderen. Ik zie dat eigenlijk als een soort cadeau. Mijn kinderen hebben mij in het verleden al zo vaak moeten missen en daardoor ben ik nu extra blij dat ik ze nu wel kan geven wat ze nodig hebben.  Door mijn verleden heb ik wel het idee dat ik mezelf telkens moet bewijzen, vooral tegenover hulpverleners. Er komen hier zoveel hulpverleners over de vloer dat ik daar zowat een dagtaak aan heb. Iedereen ziet dat het goed gaat met me, maar er zijn er een paar die het niet kunnen nalaten om mij telkens te wijzen op mijn fouten. Mijn inziens is dat omdat ik een etiket heb en daardoor alleen te kijken naar mijn beperkingen. Er zijn natuurlijk altijd dingen die beter kunnen, maar ik denk dat die er in elk gezin wel zullen zijn. Het perfecte gezin bestaat niet. Ik heb er een hekel aan als er op alle slakken zout gelegd wordt.

Ook een belangrijk punt: regie hebben over je eigen leven. Ik denk dat iedereen dat wel belangrijk vindt. Ik wil mijn eigen keuzes kunnen maken, en als ik dan een keer een fout maak wil ik kunnen leren van mijn eigen fouten.  Met zoveel hulpverleners is het moeilijk om nog de regie over je eigen leven te hebben. Iedereen heeft een mening en soms heeft de ene hulpverlener een andere mening dan de andere hulpverlener, wat het voor mij des te verwarrender maakt.  Daarbij ken ik mijzelf en mijn kinderen het best en ben heel goed in staat om te zien wat ze nodig hebben.  Ik denk wel eens, blijf allemaal maar weg dan heb ik tenminste rust en nog meer tijd voor mijn kinderen en mijn man.

Om nog even terug te komen op de discussie van Bussemaker… Ik vind dat elke moeder zelf moet weten of ze gaat werken of thuis blijft bij de kinderen. Ik heb zelf niet de keuze gemaakt, dat hebben de omstandigheden en mijn autisme voor mij gedaan. Toch ben ik blij dat ik op dit moment thuis ben bij mijn kinderen. Ik ben blij als het over een paar weken zomervakantie is. Ik geniet ervan en dat is toch wel eens anders geweest.  Ik denk dat ik tegelijkertijd mezelf maar eens vrijaf geef door te zeggen dat de hulpverlening zes weken lang niet aan mijn deur hoeft te komen. Lekker rustig!

 

Stroomversnelling

Geschreven op 8 maart

Ik kan echt urenlang naar een leeg word document zitten staren. Ik heb inspiratie om iets te schrijven, of ik heb het niet. Vandaag is eigenlijk zo’n dag dat ik geen inspiratie heb. Maar mijn man ging net de deur uit met de mededeling dat ik nu even tijd voor mezelf moest pakken en maar eens lekker moest gaan schrijven, dus bij deze…

Heb je soms het gevoel dat je leven in een stroomversnelling raakt? Ik wel. Ik heb dat vaak als negatief ervaren omdat ik met mijn autisme gewoon van een heerlijk voorspelbaar leven houd. En omdat er tot voor een jaar terug eigenlijk alleen maar negatieve gebeurtenissen plaatsvonden. Tenminste, in mijn ogen… Ik kon nergens van genieten, en dat kwam omdat ik door die ellendige psychose helemaal mezelf niet was.  Nu ik sinds vorig jaar eindelijk de juiste medicijnen heb en mijn leven weer behoorlijk op de rit heb gekregen, kan ik wel weer genieten.

Ik heb met mijn weblog de publiciteit opgezocht om andere mensen te laten zien dat mensen met een psychiatrische achtergrond niet gek zijn maar vaak op een andere manier de wereld in kijken. Ik wil geen medelijden, ik wil begrip. Uit eigen ervaring weet ik wat voor stigma er nog om de wereld van de psychiatrie heen hangt en dat wil ik graag de wereld uit hebben. Niet alleen voor mezelf, maar ook voor anderen.

Mijn leven raakt weer in een stroomversnelling. Niet negatief deze keer maar positief. Na aanleiding van mijn artikel in het Brabants Dagblad afgelopen dinsdag kreeg ik heel veel reacties binnen.  Van mensen uit mijn omgeving, zoals van mijn opa van 89 jaar, die uit een tijd komt waarin er nog heel veel taboe heerste op de psychiatrie. Hij had heel veel bewondering voor mij omdat ik zo openlijk mijn verhaal durfde te doen in de krant. Van collega’s op mijn werk die na het lezen van mijn verhaal aan mij vertelden dat ze ook wel eens met psychische problemen gekampt hebben. En mijn zusje die door het kopen van die bewuste krant op het station de trein gemist heeft… Ik kreeg ook heel veel reacties van mensen die ik helemaal niet kende, maar die mij aanspoorden om vooral verder te schrijven, die respect hadden voor mij of juist heel veel herkenden in mijn verhaal.

Ik kreeg ook een reactie van mijn oude consulent van MEE, die jaren geleden tijdens mijn eerste opname ambulante begeleiding voor mij thuis had geregeld. Hij heeft gevraagd of ik als ervaringsdeskundige mee wilde werken aan een informatieavond van MEE en het RIBW (Regionale Instelling Beschermde Woonvormen). Daar doe ik graag aan mee want ik vind het fijn om met mijn ervaringsdeskundigheid andere mensen te kunnen helpen. Ik vind het ook wel een eer dat hij mij gevraagd heeft.

Anderhalf jaar geleden had ik niet durven dromen dat ik sta waar ik nu sta. Was er toen nog sprake van dat ik niet meer zelfstandig zou kunnen wonen, nu ben ik alweer een jaar thuis en zorg samen met mijn man fulltime voor onze kinderen. Ik schrijf veel over mijn ervaringen en ben blij dat ik daarmee andere mensen kan helpen. En ik schrijf om het stigma tegen te gaan natuurlijk.

 

Opvoeden en zo

Geschreven op 28 februari 2013

Heel vaak vragen mensen aan mij of ik wel kinderen gehad zou willen hebben als ik mijn diagnoses eerder gehad zou hebben. Ik moet eerlijk zeggen dat ik dat niet weet. Ik heb altijd kinderen willen hebben, met of zonder diagnose, dus het had goed kunnen zijn dat ik ze ook met diagnose gewoon gekregen zou hebben. Aan de andere kant is het opvoeden van twee kinderen wel zwaarder dan dat ik gedacht had, mede door mijn beperkingen. Het is soms maar goed dat je niet alles van te voren weet. Ik zou mijn twee kinderen nu ook niet meer kunnen missen, dus het is goed zo.

Ik voel mij regelmatig schuldig omdat ik door mijn vele opnames er niet altijd geweest ben voor mijn kinderen. Nu ik al een jaar thuis ben, probeer ik er ook echt voor ze te zijn. De oudste is nu zeven. Hij heeft dus echt wel bewust meegekregen dat ik soms langere periodes afwezig ben geweest. Daardoor heeft hij een hele hechte band met zijn vader en wat minder met mij. En ja, dat steekt…

Gelukkig kan mijn kinderen nu de stabiele gezinssituatie bieden die ze uiteindelijk nodig hebben. Twee jaar geleden deed ik wat ik kon, maar het was voor mij al moeilijk om ze naar school te brengen. Ik deed ze in bad, kleedde ze aan en bracht ze naar bed maar meer kon ik op dat moment niet opbrengen. Nu doe ik spelletjes met ze,  ga cakejes bakken en meer van dat soort dingen en het doet mijn moederhart goed als ik zie hoe ze daar van genieten. Morgen heeft de jongste een theatervoorstelling op school. Al weken zijn ze aan het repeteren en ze komt dan ook met enthousiaste verhalen thuis over welke rol ze mag spelen. Nu kan ik morgen met veel plezier naar haar voorstelling gaan kijken, in het verleden heb ik al heel wat theatervoorstellingen moeten missen. Ik kan nog steeds niet echt goed tegen drukte, maar voor de theatervoorstelling van mijn dochter heb ik het daar wel voor over.

Sinds kort hebben wij hier IPG (Intensief Psychiatrische Gezinsbegeleiding) over de vloer. Dit omdat de oudste heel wat heeft meegekregen van mijn opnames en dat laat zien in zijn gedrag. Eigenlijk is het een soort opvoedingsondersteuning. De oudste heeft geen vorm van autisme maar is wel een mannetje dat heel veel structuur nodig heeft. Van wie zou hij dat nou hebben? Nu gaan wij kijken hoe wij die structuur op zo’n goed mogelijke manier kunnen bieden.

Het gaat goed met mij en ik kan ook met zekerheid zeggen dat het goed gaat met mijn kinderen. Opvoeden is soms zwaar maar daar heeft elke moeder wel eens last van, met of zonder beperkingen. Ik ben trots op mijn kinderen zoals iedere moeder zou zijn. Moeder dat word je en dat blijf je, ook al vliegen je kinderen ooit eens uit. Op de vraag of ik kinderen had gewild als ik mijn diagnoses eerder had gekregen kan ik geen antwoord geven, maar op de vraag of ik blij ben dat ik moeder ben kan ik wel antwoord geven. Meestal wel, al zou ik ze soms liever achter het behang plakken. Gelukkig hebben wij geen behang!

 

Hulpverleners…

Geschreven op 15 februari 2013

Ik zal een jaar of veertien geweest zijn. Mijn ouders en ik zitten bij een pedagoog van het RIAGG (tegenwoordig een onderdeel van de GGZ). De pedagoog denkt te weten wat er met mij aan de hand is en dat gaat hij mijn ouders en mij uitleggen: “Je kunt het misschien voorstellen dat je met je fiets op het fietspad rijdt.  Als je normaal gesproken niets tegenkomt, is er niets aan de hand. Maar jij fietst op een berg en hebt bagage aan je fiets hangen. Daardoor kom je moeilijk vooruit. Het beste is dan dat wij een motortje aan je fiets hangen zodat je toch nog vooruit kan komen. Wij kunnen dat motortje aan je fiets hangen.” Oké, als veertienjarige wist ik al dat deze goede man finaal de plank missloeg en mijn ouders hadden al meteen hun zakken vol van het RIAGG. Maar goed, omdat mijn ouders en ik ook niet wisten wat er met mij aan de hand was, kreeg ik toch nog maandenlange psychotherapie aangesmeerd. Daar achteraan nog een aantal maanden groepstherapie waar ik nog depressiever van werd dan dat ik al was en toen was ik inmiddels aan het einde van mijn middelbare schoolperiode beland.  Resultaat: Ik was nog steeds depressief, en had inmiddels al meer hulpverleners gezien dan mij lief was. Daarbij wist ik nog steeds niet wat er met mij aan de hand was.

In de jaren die volgden heb ik nog veel meer hulpverleners gezien. Psychologen, maatschappelijk werkers, psychiaters en sociaal psychiatrisch verpleegkundigen… Allemaal mensen die dachten het goed met me voor te hebben maar nooit iets voor me hebben kunnen doen. Na al die jaren moet ik wel een heel dik dossier gehad hebben waar heel veel uit te halen viel, maar nooit iemand die verder heeft gelezen dan het eigen stukje. Daar heb ik sowieso een hekel aan, aan mensen die nooit een dossier lezen voor ze iemand voor het eerst hebben gezien. Ik kan de keren niet tellen waarbij ik telkens opnieuw mijn verhaal heb moeten doen. Hulpverleners die ineens weer vervangen werden door anderen om de meest uiteenlopende redenen. Dossierschuiven… Ik heb daar zo’n hekel aan.

Op een gegeven moment had ik het gehad met al die hulpverleners. Ik was nog steeds geen steek opgeschoten maar door mijn opleiding dacht ik wel te weten wat er met mij aan de hand was.  Ik ben toen zelf het diagnosetraject ingegaan. Daar had ik uiteraard wel de GGZ bij nodig. Ik besloot dat het de laatste keer was dat ik ergens een hulpverlener bij nodig had. Toen ik uiteindelijk de diagnose Asperger kreeg, heb ik alle aanbod van hulp afgeslagen. Na al die jaren wist ik eindelijk wat er met mij aan de hand was en ik kon het voortaan wel zelf.

Dat liep helaas anders.  Na mijn eerste opname heb ik heel wat hulpverleners moeten verwelkomen in mijn huis. De GGZ (dat ik nog altijd associeerde met het RIAGG) heb ik nog het langst tegen kunnen houden maar na de diagnose van mijn psychotische stoornis kon ik dat niet langer. Mijn jobcoach van het re-integratiebureau was de eerste die mij liet zien dat niet alle hulpverleners slecht waren. Mijn ambulant begeleidster van Buro Maks was de tweede. Daar heb ik binnen een betrekkelijk korte tijd een hele goede band mee opgebouwd. Ik kon lezen en schrijven met haar en ik hoefde vaak niet eens mijn verhaal te doen. Ze had aan een half woord genoeg. Ze heeft me iets heel belangrijks geleerd, namelijk dat je sommige hulpverleners daadwerkelijk kunt vertrouwen. Ik heb haar momenteel niet meer als begeleidster, maar ik zal haar nooit vergeten.

Inmiddels hebben we hier bijna elke dag van de week wel een hulpverlener rondlopen. Dat varieert van huishoudelijke hulp tot aan IPG (Intensief psychiatrische gezinsbegeleiding).  Daar komt Buro Maks en het FACT team van het GGZ nog bij. Ik word soms heel moe van al die mensen die wekelijks bij ons over de vloer komen maar aan de andere kant heb ik sommige dingen gewoon nodig. Dat is iets wat ik inmiddels geaccepteerd heb. Waar ik wel moeite mee heb is dat er binnen twee jaar al vier hulpverleners zwanger zijn (geweest). Ik heb er uiteraard geen moeite mee dat ze zwanger zijn, maar wel dat ze met verlof gaan en dat je dan weer (tijdelijk) iemand anders krijgt. Voor iemand met een vorm van autisme is het heel moeilijk om aan iemand die nieuw is te wennen. Ik weet niet of het mogelijk is, maar eigenlijk zouden ze daar rekening mee moet houden met het inzetten van een nieuwe hulpverlener bij iemand met een vorm van autisme.

Hulpverleners, ik heb er al een heleboel voorbij zien komen. Heel veel mensen die het goed bedoelen maar die finaal de plank misslaan, maar gelukkig ook een paar goede hulpverleners. Dat laatste groepje zorgt ervoor dat ik toch nog vertrouwen heb in de hulpverlening, als je maar goed zoekt. En gelukkig weet ik dankzij al mijn ervaring wel heel goed de weg in hulpverlenersland.

 

Carnaval in Oeteldonk

Geschreven 5 februari 2013

Het is koud en de wind waait door mijn dunne outfit. Toch heb ik geen last van de kou want er staan duizenden mensen om mij heen. Het staat vol vanaf het Stationsplein tot aan de Visstraat. Overal klinkt muziek en gelach van mensen. Het is een kleurig geheel maar rood, wit, geel voert de boventoon.  Het is zondagmorgen, elf over elf en al die duizenden mensen inclusief mezelf wachten op één ding: de aankomst van Prins Amadeiro XXV.

Carnaval, het is mij met de paplepel ingegoten. Van kleins af aan werden mijn zusje en ik al door mijn ouders meegenomen om dit drie dagen durend volksfeest te vieren. Het bedrijfsleven ligt deze dagen voor het merendeel plat, behalve de horeca natuurlijk, en de supermarkten zijn vaak maar tot twaalf uur open.  Den Bosch heet drie dagen Oeteldonk en we spelen deze dagen het spel van de omgekeerde wereld. Geen enkele stad uit ‘het Zuiden’ kun je vergelijken met carnaval in Oeteldonk. Het is een feest, maar wel een feest dat bol staat van protocollen die uniek zijn en daarom carnaval in Oeteldonk zo speciaal maakt. Het is moeilijk om aan een buitenstaander duidelijk te maken wat carnaval voor een Oeteldonker betekent. Het is eigenlijk iets wat je mee moet maken en dan zie je ook dat het veel meer is dan het nuttigen van alcohol.

Voor carnaval in Oeteldonk zijn huidige vorm moeten we eigenlijk terug gaan naar het jaar 1882. Alle protocollen en gebruiken zijn in deze tijd bedacht. Er zijn meerdere hoofdrolspelers maar de belangrijkste is toch wel Prins Amadeiro (Zijn Koninklijke Hoogheid Prins Amadeiro, Ricosto di Carnavallo, Ridder van het Reksam, Heer en Meester van Oeteldonk en deszelfs omliggende watervrije moerassen en zandwoestijnen enz. enz. enz.). In tegenstelling tot andere carnavalsgemeenten wordt de prins niet elk jaar benoemd maar voor het leven aangesteld. We zijn inmiddels toe aan de 25e telg uit de Dynastie der Amadeiro’s. Om gepaste afstand tot het volk te houden, komt de Prins niet uit Oeteldonk, vaak niet eens uit Brabant maar van ‘boven de rivieren’, en spreekt geen Oeteldonks maar algemeen beschaafd Nederlands.  De Adjudant is de rechterhand van de Prins en wordt ook voor het leven aangesteld. Het gevollug begeleidt de Prins en zijn Adjudant en heeft tien generaals en een korporaal aan het hoofd. Het gevollug bestaat trouwens uit studenten uit Delft.  Peer vaan den Muggenheuvel tot den Bobberd ook bekend als D’n Burgervaojer neemt de rol van burgemeester tijdens deze drie dagen over en is gastheer van de Prins en zijn Adjudant. De Peer is zeer geliefd omdat hij zo dicht bij het volk staat. Ik heb nu de belangrijkste hoofdrolspelers wel genoemd maar er zijn er nog meer zoals Kees Minkels, Driek Pakaon, Hendrien (alleen te zien met een schrikkeljaar) en de Geminteraod. Het ultieme Oeteldonks symbool is Knillis. Een boer, getooid in blauwe kiel, en hij staat elk jaar op zijn sokkel op de Markt. Hij wordt op zondagmiddag onthuld en op dinsdag is de begrafenis waarbij hij in bijzijn van duizenden Oeteldonkers van zijn sokkel wordt gelicht door de Prins.

Carnaval in Oeteldonk. Ik blijf er elk jaar voor terugkomen ook al woon ik niet meer in Den Bosch. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben. Zo komen wij al jaren, trouw ieder jaar,  een vast clubje mensen tegen uit Haarlem die carnaval altijd in Oeteldonk komen vieren. Ik kan eigenlijk niet tegen drukte. Zal wel met mijn autisme te maken hebben, maar met carnaval heb ik daar nooit zo’n last van. Komt misschien door het feit dat carnaval in Oeteldonk voor een groot deel op straat gevierd wordt waarbij je meestal de ruimte wel hebt. Het belangrijkste is misschien wel dat saamhorigheid een groot goed is. Iedereen is gelijk, boer of durske.  Iedereen streeft hetzelfde doel na namelijk het spel spelen van de omgekeerde wereld. En iedereen accepteert elkaar arm of rijk, beperking of geen beperking. Zo zou het eigenlijk altijd moeten zijn.

Over een paar dagen is het weer zo ver en ik ben blij dat ik het spel van de omgekeerde wereld weer mee kan spelen.

oeteldonk2013